Verdieping competentie ‘Oordeelsvorming’

Sorry, je hebt geen toegangsrechten voor deze les.
Verdieping competentie Oordeel vormen
Vraag #1: Oordelen is vooral afwegen. Noem eens een voorbeeld uit eigen praktijk waarin je tot een afgewogen oordeel kwam. Welke 'voors' en 'tegens' heb je tegen elkaar afgewogen?
Welke argumenten legden het meeste gewicht in de schaal?
Vraag #2: Goed wegen heeft met waarden te maken. Wat jij belangrijker vindt weegt zwaarder door in je oordeel. Wat zijn voor jou de belangrijke waarden die je meeneemt bij het oordelen?
Waarom zijn die waarden belangrijk voor jou?
Vraag #3: Soms heb je een ander oordeel over een onderwerp dan een ander. Noem eens een voorbeeld van een verschil. Wat zijn de verschillen in criteria die bij beide een rol spelen?
Welke informatieverschillen zijn er.
Welke criteria hanteren jullie beide en welk verschil in zwaarte passen jullie toe?
Hoe komt het dat je er verschillend over denkt?
Vraag #4: Wat is voor jou een goede manier om je eerste impuls vast te houden en eerst nadere informatie te zoeken om tot een beter oordeel te komen?
Vraag #5: Met wat je nu weet en hebt ervaren. Wat zijn voor jou dan nog aandachtspunten?
Wat ga je komende tijd doen om tot nog betere oordeelsvorming te komen?
0%

Deel dit met je vrienden

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on email
Email

Gerelateerde blogposts

Recente reacties

Archieven

Categorieën

  • Geen categorieën

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *